9 maart 2016

Zuiderkempenringen

Willems Wijsheid

Eigenlijk had ik dit stukje “het naderende einde van de zuiderkempenring” willen noemen.
Het ringenboekje is weer binnen en iedereen kan weer zien hoeveel leden de CCE heeft die ringen hebben besteld en ook welk soort ringen ze hebben besteld.
Ik heb e.e.a. eens opgeteld en kom tot de verbijsterende conclusie dat in de gehele CCE voor 2016 exact 2.000 zuiderkempenringen zijn besteld, waarvan 1.080 gouden ringen. In deze getallen zijn ook opgenomen de reserveringen die sommige ringenadministrateurs treffen voor de nabestellingen. Onze vereniging met slechts 140 bestelde ZK ringen scoort hierbij wel erg laag.
Voor de gehele CCE betekent dit een bijdrage van EUR 2.000,= aan de totale te vervliegen pot.
Hoe de afname van ZK ringen over de gehele afdeling is geweest, zal straks blijken uit de info, die de afdeling in april zal rondsturen. Maar ook dat aantal zal zeker fors gedaald zijn.
De prijzenpot zal in 2016 vervlogen worden over 28 vluchten.
Dit zijn:

  • 12 midfond vluchten voor oude en jonge duiven te vervliegen in 4 rayons, waarbij elk rayon een aparte prijzenpot heeft. Of die pot is afgeleid van het aantal in dat rayon bestelde ringen, weet ik niet.
  • 5 (of 6 als ook Ruffec meetelt) dagfondvluchten in 2 rayons,
  • 6 marathonvluchten met middaglossing
  • 5 ZLU vluchten

Omdat de ZK ring ook nog eens 8 jaar geldig is voor het kunnen winnen van een prijs en er dus van de inleg nog geld gereserveerd zal moeten worden voor toekomstige uitbetalingen is mijn conclusie dat de spoeling vanaf nu wel heel erg dun zal worden.
Bij de start van de ZK ring in de jaren 80, werd door het bestuur van de ZK afgesproken, dat de ingelegde gelden enkel op de fondvluchten voor oude duiven en de 3 fondvluchten voor jonge duiven waren bestemd.
Achteraf is het besluit om de ingelegde gelden ook op de midfondconcoursen te vervliegen een zeer slecht besluit geweest, want er werden niet meer ringen besteld. Wel verwaterde de inleg omdat over veel meer vluchten prijsgelden moesten worden uitbetaald.
Hierdoor kwam e.e.a. in een neerwaartse spiraal. Vanwege het steeds lagere prijzengeld kochten steeds minder liefhebbers ZK ringen. Tel daar bovenop de afname van het totaal aantal leden en je kunt nu al uitrekenen, wanneer het eindigt voor de ZK ring.
Er zullen dus maatregelen getroffen moeten worden door het afdelingsbestuur c.q. de commissie afdelingsconcoursen.
De geldigheidsduur van de ring moet mijns inziens fors omlaag naar b.v. 4 jaar.
Het aantal concoursen moet eveneens fors omlaag door op de midfond- en ZLU vluchten m.u.v. Barcelona geen ZK ringen meer te vervliegen en dus terug te keren naar het oorspronkelijke uitgangspunt, zijnde de dagfond-, de marathon- en 3 jonge duivenvluchten. Dat zijn in totaal 15 vluchten i.p.v. de huidige 28.

 

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————-

9 Mei 2015

Jackpot Exit

Waar onze “hogere” bestuursleden zich de laatste tijd mee bezig houden is voor mij en ik denk voor velen een groot raadsel.

De NPO en haar kiesmannen hebben op eigen gezag “Teletekst” afgeschaft, iets waarvan het merendeel van de leden het absoluut mee oneens is. Het venster naar de buitenwereld is hiermede dicht gezet.

De NPO en afdeling 5 liggen op ramkoers en wie zijn de dupe? De leden, die in dit conflict geen enkele rol spelen. De ego’s van de bestuursleden zijn blijkbaar belangrijker dan het belang van de leden. Hoe help je de duivensport naar de ondergang.

In het info magazine van onze afdeling staat op pagina 4 bij de uitleg van het poulesysteem te lezen dat de jackpotpoule is afgeschaft. Ook is in de aanloop daartoe ook de prijsverdeling gewijzigd van 100% naar 50-50. Op geen enkele vergadering is dit besluit aan de orde geweest, evenmin is hierover een voorstel ingediend. Juist de enige poule waarop nog een mooi bedrag te winnen was wordt zomaar aan de kant geschoven. Wie bepaalt zoiets nu eigenlijk? De algemene vergadering (dus de leden) lijkt mij en niet het afdelingsbestuur of de commissie afdelingsconcoursen.

Ik roep daarom hierbij iedereen op om tegen dit besluit te ageren en verwacht van de vereniging dat zij protest aantekenen.

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————————————————–

28 Maart 2015

Pessimisme of realisme?

Onlangs ontving ik het ringenboekje 2015 van de CCE.
Ik heb uit dit boekje, door elke liefhebber die ringen heeft besteld slechts 1x te tellen, vastgesteld dat er in de CCE ongeveer 225 hokken zijn die ringen hebben besteld.

Van deze 225 hokken zijn er inmiddels al weer enkele gestopt met de duivensport en een aantal  leden bestelt wel ringen, maar doet nooit mee aan de wedvluchten.

Het aantal “vliegende” hokken is op dit moment zowat 200.

Als je vervolgens kijkt naar de gemiddelde leeftijd van deze liefhebbers dan mag je concluderen dat het ledenbestand van de CCE binnen tien jaar zal liggen tussen de 50 en 75 “vliegende” hokken.

Om dan nog met een redelijk aantal deelnemers tegen elkaar te concoursen zal het tegen die tijd nodig zijn om diverse samenspelen samen te voegen.

Tegelijkertijd vernam ik dat in de kas/bank van de CCE circa 50.000 euro aan liquiditeiten zit, waarvoor je bij de bank momenteel en ook in de komende jaren amper nog rente krijgt.

Het wordt daarom naar mijn mening tijd dat het CCE bestuur zich de komende tijd eens gaat beraden hoe dat geld te gaan besteden ten behoeve van de duivensport. Dat geld te gaan gebruiken voor werving van nieuwe leden lijkt mij onverstandig want dat is trekken aan een dood paard, dat zullen wij ons onderhand moeten realiseren.

Meer voor de hand liggend lijkt het mij om de kosten voor de individuele leden te verlagen bijvoorbeeld door de CCE contributie en de inleg per duif te verlagen c.q. af te schaffen, totdat hierdoor het kas/bank saldo is gezakt tot circa 15.000 euro, welk bedrag voldoende moet zijn om de continuïteit van de concoursorganisatie te waarborgen.

Ook zou het bestuur eens naar de kosten/uitgaven moeten kijken.

-Is het bij een krimpende organisatie nog wel nodig het rekenwerk in eigen beheer te houden?

-Is het nog wel nodig wekelijks iedereen een papieren uitslag te verstrekken?

-Kan dat niet veel goedkoper via de digitale weg voor wie dat wil?

-De tussenstanden in de diverse kampioenschappen kunnen toch ook in deze digitale uitslag worden opgenomen?

Het streven van het CCE bestuur zou moeten zijn om het spelen van duiven voor iedereen wat goedkoper te maken, wetende dat een deel van de afvallers om financiële redenen stopt met de duivensport. Afdeling Friesland heeft een aantal jaren geleden een enquête gehouden onder de gestopte liefhebbers en daaruit kwam naar voren dat van de nog levende oud-liefhebbers ongeveer vijftig procent was gestopt om financiële redenen.

Bovenstaande ontwikkelingen zijn ook van toepassing op de afdeling. Rond de eeuwwisseling verzond de afdeling op jaarbasis nog ruim 1 miljoen duiven, nu is dat teruggelopen naar ongeveer 550.000 duiven (zie jaarverslag afdeling) en dat aantal zal in de komende jaren verder afnemen. Die ontwikkeling vergt een verandering van de organisatie.

-Moet er nog wel geïnvesteerd worden in nieuw materiaal?

-Wat te toen met het overtollig materiaal?

-Is de verzamelloods inmiddels niet veel te groot en wanneer is het tijd deze loods te verkopen en iets kleiners  te gaan huren?

-Kan er niet in de kosten worden gesneden in plaats van de vrachtprijs periodiek te verhogen?

Kortom besturen is vooruit zien, je organisatie aanpassen aan ontwikkelingen en niet apathisch blijven wachten tot het schip strandt.

Blijven wij doorgaan met de kop in het zand steken of worden wij onderhand eens wakker en laten wij het opgebouwde vermogen deels ten goede komen aan de huidige generatie duivenliefhebbers?

Pessimisme of realisme? U mag het zeggen.

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————————————————–

25 november 2014 Vogelgriep

 Voor de zoveelste keer in de afgelopen 15 jaar worden wij als duivenliefhebbers geconfronteerd met de gevolgen van een uitbraak van vogelgriep in de professionele pluimveesector. Ditmaal “gelukkig” in het winterseizoen, waardoor de genomen maatregelen het merendeel van de liefhebbers niet treft, immers vanwege het roofvogelgevaar worden heel veel duiven toch al niet losgelaten.

De liefhebbers van tentoonstellingen en de organisatie van publieke verkopingen hebben wel direct last van de genomen maatregelen.

Onderstaand de situatie zoals die voor ons nu, 26 november, van toepassing is:

 Maatregelen in verband met vogelgriep aviaire influenza

De volgende maatregelen zijn ook voor duivenliefhebbers van toepassing:

Binnen 10 km zone rond Hekendorp, Ter Aar en Kamperveen:
– Ophokplicht van kracht
– Geen mest vervoeren (ook niet bij GFT afval)
– Geen duiven vervoeren
– Geen bezoekers op de hokken toelaten

Buiten de 10km zone
– Geen mest vervoeren (ook niet bij GFT afval)
– Duiven vervoeren alleen binnen een regio zoals aangegeven op de site van het ministerie van economische zaken
– Er is een verzamelverbod, dat wil zeggen: verbod van het houden van tentoonstellingen en verkopingen van levende duiven

Bovenstaande maatregelen gelden voorlopig tot 14 december 2014.

Het bestuur wil graag een dringend advies geven: Houd duiven opgehokt in heel Nederland!

Het bestuur NPO

Omdat wij niet binnen de 10 km zone liggen mogen formeel onze duiven gewoon losgelaten worden en mag u binnen Oost Brabant en Limburg uw duiven vervoeren. Ook de grenzen zijn (nog) niet dicht.

Over welke actie er achter de schermen door het NPO bestuur genomen wordt is niet duidelijk. Bij de vorige uitbraak van vogelgriep is door wetenschappelijk onderzoek vastgesteld dat duiven de ziekte niet kunnen overbrengen op kippen en overig pluimvee en dat duiven de kippenvariant niet kunnen krijgen. Wat is er met dat wetenschappelijk onderzoek sedertdien gedaan richting de overheid?  Je zou toch mogen verwachten dat in het protocol van te nemen maatregelen een clausule moet staan dat de maatregelen niet voor wedstrijdduiven geldt.

Als over enkele maanden er nog steeds sprake is van infectiedruk en er vanuit onze organisatie niets is gedaan dan kunnen wij het vliegseizoen weer op onze buik schrijven en zullen er opnieuw vele duivenliefhebbers ‘de pijp aan Maarten geven’.

Over de insleep van deze variant N1H8 wordt vanuit de overheid gewezen op de vogeltrek als waarschijnlijke oorzaak. Er is echter tot nu toe op de vele miljoenen trekvogels slechts 1x deze variant vastgesteld in Duitsland bij een jonge taling in de buurt van een besmet Duits bedrijf. Deze taling kan echter ook besmet zijn door die kippen, het eeuwige verhaal van de kip en het ei.

Omdat deze variant tot dusverre alleen in Japan, Korea en China werd vastgesteld en volgens vogeldeskundigen het vanwege het afstandsverschil onmogelijk is dat trekvogels uit West Europa in contact zijn gekomen met trekvogels uit het verre oosten, moet mijns inziens de oorzaak ergens anders worden gezocht.

Persoonlijk denk ik dat de besmetting wel eens via Schiphol ons land binnengekomen kan zijn. Daar landen dagelijks vliegtuigen uit het verre oosten en dus ook dagelijks komen vele honderden mensen uit die regio ons land binnen. Ook zijn die landen belangrijke afnemers van onze pluimvee producten zodat vanuit die sector ook frequent zakenlieden in die landen  pluimveebedrijven zullen bezoeken. Er hoeft maar één persoon met het virus in aanraking te zijn geweest en de insleep is mogelijk.

Ik ben benieuwd hoe e.e.a. zich gaat ontwikkelen en hoop van harte dat het bij de huidige uitbraken zal blijven.

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————————————————–

22 September 2014

Voorbeeldfunctie

Duivensport is een “open” sport, hier bedoel ik mee dat ook buitenstaanders met onze sport te maken kunnen krijgen.

Ten opzichte van die buitenwacht, die meestal alleen via de pers negatief over onze hobby horen, als er weer eens een rampvlucht is geweest of als er wordt gemeld dat aan duiven massaal doping wordt verstrekt, hebben wij allemaal een voorbeeldfunctie.

Wij dienen ons ten opzichte van met name die groep heel voorzichtig op te stellen en onze hobby positief uit te dragen.

Onlangs werd ik weer eens geconfronteerd met een voorval dat illustreerde hoe het niet moet. Een mevrouw uit Dommelen had in haar tuin een gewonde duif aangetroffen. Zij had de duif gevangen, in een hokje gezet, voer gekocht en via internet geprobeerd de eigenaar op te sporen. Met name dat laatste is voor een buitenstaander nog niet zo gemakkelijk, maar uiteindelijk was het haar gelukt.

Toen ze de eigenaar, een duivenmelker uit Sprang Capelle, aan de telefoon kreeg en hem uitlegde wat voor moeite ze allemaal had gedaan om de eigenaar van de duif op te sporen, kreeg zij van hem het botte antwoord “ Ik kom hem niet ophalen want ik heb toch niets meer aan die duif, trek hem maar de kop af”.Deze mevrouw was met stomheid geslagen. Hebben die eigenaren dan geen zorgplicht?

Omdat ze uiteraard met deze uitspraak geen genoegen nam, heeft ze de dierenambulance gebeld, maar die halen geen gewonde dieren op als de eigenaar bekend is.

Via een zoektocht op internet kwam ze uiteindelijk bij mij uit. Ik kon haar helaas niet helpen omdat ik met vakantie ging en de koffers al in de auto stonden op het moment dat ze belde. Ik heb haar wel de telefoonnummers van enkele leden gegeven, die bij haar in de buurt woonden, van wie ik zeker wist dat ze de betreffende duif bij haar zouden ophalen.

Uiteraard mag ik hopen dat onze leden als er al eens een verloren duif door een particulier wordt aangemeld niet zo reageren als die man uit Sprang Capelle.

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————————————————–

20 mei 2014 Pokken entingen

In het Spoor der kampioenen van 16 mei stond een interessant artikel geschreven door dierenarts Nanne Wolff betreffende het enten tegen pokken.

Het advies, dat de dierenarts in het betreffende artikel geeft, is om bij een enting volgens de veerfollikelmethode de jonge duiven minstens 3 weken niet te spelen, omdat deze jonge duiven de niet gevaccineerde duiven van clubgenoten in gevaar brengen.

Deze enting is zo besmettelijk dat ook de eigen oude duiven, die al eens geënt zijn, besmet kunnen worden. Hij adviseert dan ook om direct contact tussen gevaccineerde jonge duiven en oude duiven op eigen hok te voorkomen.

Sunny Gardeur

Veiliger is te enten via een injectie, omdat de entstof zich dan niet kan verspreiden. Degenen, die willen enten tegen pokken wil ik hierbij vragen dit nu te doen en niet te wachten tot vlak voor de aanvang van de jonge duiven vluchten.

Groeten, Willem

willem.pero@chello.nl

—————————————————–

05 mei 2014

Tweedeling?

Op 28 april 2014 vond een extra algemene vergadering van de NPO met haar kiesmannen plaats. Uit het verslag van deze vergadering haalde ik onderstaande tekst:

“Ook het voorstel om invliegduiven af te schaffen en trainingsduiven in te voeren, wordt aangepast. De afdeling bepaalt niet of trainingsduiven worden toegestaan. Dat is landelijk beleid. In deze vergadering wordt bepaald dat trainingsduiven acceptabel zijn. Dat betekent dat niemand kan weigeren om trainingsduiven in te korven. Een duif die in concours staat is geen trainingsduif.”

Deze wijziging werd met algemene stemmen aangenomen.

Tot nu was het zo dat de afdelingen zelf bepaalden of er trainingsduiven werden toegestaan en in de praktijk stonden de meeste afdelingen dit al jaren toe, echter niet afdeling 3, Oost Brabant. In het verslag van afdeling Zeeland in “de Duif” is bijvoorbeeld wekelijks te lezen dat circa 25% van de duiven trainingsduif is.

Wat is nu eigenlijk een trainingsduif?

Lossing-Header2.jpg

In feite is dat een duif waarvoor wel vracht wordt betaald, maar die niet aan het concours deelneemt. Onder welke voorwaarden zo’n duif wordt ingekorfd (wel of geen poulering) zal nog wel duidelijk worden gemaakt in de komende tijd. Zelf ga ik ervan uit dat zo’n duif zonder poulering c.q. poulebrief mag worden ingekorfd net zoals op een africhting vlucht.

Het gevolg van dit besluit is dat er minder wedstrijdduiven aan het concours deelnemen en er dus ook minder prijzen te verdienen zijn. De programmaspelers onder ons zullen daar niet erg gelukkig mee zijn. Maar of zij zoveel aan die staartprijzen hadden? Duiven, die vaak achter in de uitslag nog een prijsje wonnen en daardoor toch nog aan een respectabel lijstje kwamen, worden voortaan uitgeselecteerd.

 

Echter programmaspelers, die ook de marathonvluchten spelen, kunnen er wel voordelen in zien. Zij kunnen voortaan met hun programmaduiven aan het concours deelnemen en hun marathonduiven kunnen als trainingsduif mee, zodat zij vooral voor het onaangewezen kampioenschap minder duiven hoeven te pakken.

De marathonspelers zullen wel blij zijn met het genomen besluit. Zij hoeven voortaan niet meer allerlei administratieve zaken te regelen voor duiven die toch niet gedraaid worden. Ook zal het voor hen niet meer zinvol zijn hun duiven elders op de midweekvluchten in te korven, waardoor de afdeling meer inkomsten uit vrachtgelden zal krijgen, wat weer gunstig is voor ons allemaal.

Ook zullen de kampioenschappen eerlijker zijn. Nu is het zo dat in een rayon met weinig marathonspelers de prijzen veel eerder verdiend zijn dan in een rayon met veel marathonspelers. Daar haalt men nog punten voor het kampioenschap, terwijl het elders al niet meer mogelijk is.

Kortom, er zijn zowel voor- als nadelen, afhankelijk van welke kant je het bekijkt.

Of het tot een tweedeling zal lijden? Ik denk het niet.

Groeten, Willem
willem.pero@chello.nl

—————————————————–

08 april 2014

De Beute avond

Op 14 februari 2014 was het zover.

Het orakel van het noorden, Gert Jan Beute, kwam naar Valkenswaard waar circa 30 jaarlingen op hem zaten te wachten om op zijn manier gekeurd te worden, niet op schoonheid, maar als vliegduif.

Gert Jan opende zijn keuring voor een volle zaal met daarin opvallend veel mensen van buiten onze vereniging maar helaas, zoals zo vaak, maar heel weinig mensen van onze vereniging.

Hij had ervoor gekozen om alleen maar jaarlingen te keuren, omdat anders iedereen met zijn beste duif zou komen en er dan in feite niets te keuren valt. Nu kunnen wij op het einde van het seizoen en v.w.b. de zware fondliefhebbers misschien pas over een paar jaar, zien of hij gelijk had en als hij de plank finaal mis had geslagen zouden wij hem gerust kunnen bellen.

foto beute

Hij vertelde dat hij en zijn vader, die een echte Jansen/Klak liefhebber was,(= een duif van een ander ras, hoe goed dan ook werd niet geduld=) altijd goed hadden gepresteerd, maar dat gaandeweg de prestaties elk jaar minder werden. Toen zijn vader kwam te overlijden gooide hij daarom het roer drastisch om en selecteerde het grootste deel van zijn duiven uit. Omdat hij in de loop der jaren, i.v.m. het schrijven van een boek over de nationale topduiven, heel veel cracks in handen had genomen had hij zich in beeld gevormd van alle kwaliteiten waaraan een crack voldoet.  Hij heeft daarop een puntensysteem ontwikkeld, waarbij elke duif, die aan de standaard van een nationale crack voldoet, een 8+ krijgt.  Op zijn eigen hok verdwenen dus alle duiven die geen 8+ haalden en dat was het merendeel. Wel zei hij dat dit nog niet betekent dat een duif met een 8+ perse een topper zal worden, want behalve het exterieur is ook belangrijk hoe het in het kopje zit en/of de duif genetisch over een goede basis gezondheid beschikt. En misschien wel het allerbelangrijkste…..  op wiens hok de duif zit. Met andere woorden, wie is de verzorger en hoe goed is het hok.

Vervolgens begon hij aan de keuring.

Hij gaf vooraf aan dat hij geen enkele duif minder dan een 6 zou geven, omdat er mogelijk ook duiven van jeugdleden en beginners tussen konden zitten en het niet de bedoeling was om die de grond in te boren.

Na circa 10 duiven gekeurd te hebben, maakte hij een opmerking die wij met zijn allen in de oren moeten knopen. “HET NIVO VAN DE DUIVEN VALT MIJ ZWAAR TEGEN”.

Een week eerder had hij zo’n zelfde keuring in Goirle gedaan en daar lag het nivo belangrijk hoger dan bij ons.

Hierbij wil ik een persoonlijke opmerking plaatsen, want deze rubriek heet niet voor niets Willem’s mening. Het is mij al jaren opgevallen, dat er op kampioenendagen bij bonnenverkopingen met name onder de vitesse/midfondspelers  bijna geen animo is om een bon van een kampioen in die sector te kopen om daarmee het eigen hok te versterken.

Wel wordt er gepraat over vlieglijnen, groepslossingen en ligging, maar er wordt door de meesten geen cent uitgegeven aan betere duiven. Wel kan het zo zijn dat sommigen het zich financieel niet kunnen permitteren om geld aan duiven uit te geven, maar dat deel die dat wel kan, doet het , een uitzondering daargelaten, ook niet.

Gert Jan haalde er van de 30 duiven toch nog wel enkele duiven uit, die een 8 kregen en dat waren, zeker niet toevallig, wel duiven van onze best presterende leden. Ook schatte hij redelijk goed in tot welke afstanden de diverse duiven geschikt waren.

Tussendoor behandelde hij diverse onderwerpen, zoals voeding, medische begeleiding, kweekmethodes, kleurvererving,  hokverluchting en ook was er voldoende gelegenheid om vragen te stellen.

Gert Jan heeft ook eigen ideeën betreft het samenstellen van kweekkoppels, waarbij hij vooral naar de ogen kijkt. Hij liet daarbij uitvergrote foto’s van ogen zien, waarbij bij de ene partner bepaalde kenmerken te zien zijn, die de andere partner niet mag hebben. Alle goede duiven, die hij kent, hebben ouders met die verschillende oogkenmerken.

Ria de Lepper heeft bij elke duif het cijfer en de opmerkingen genoteerd en op het einde van dit vliegseizoen zal deze lijst naast de werkelijke prestaties van die duiven gelegd worden.

Al met al was het een leerzame avond en van Ria heb ik al gehoord, dat voor het komende winterseizoen opnieuw een landelijke topper naar Valkenswaard zal komen, de naam maak ik niet bekend, dat doet Ria te gelegener tijd.

Aktiviteiten commissie bedankt.

Groeten, Willem
willem.pero@chello.nl

—————————————————–

16 Maart 2014

Onderstaand artikel verscheen in “Op de Hoogte”, de digitale publicatie van de NPO, van 14 maart 2014 welk artikel ik onverkort weergeef.

“In België bestaan enkele jaren problemen met het africhten van duiven door individuele Nederlandse liefhebbers. Er wordt nu een regeling ontwikkeld om een en ander aan banden te leggen.

De regeling gaat er als volgt uitzien:

  • Alleen liefhebbers die maximaal 20 kilometer van de Belgische grens wonen, mogen duiven in België lossen.
  • Deze liefhebbers mogen maximaal 80 duiven bij zich hebben.
  • Deze liefhebbers mogen hun duiven maximaal 20 kilometer van de grens in België loslaten.
  • Liefhebbers moeten in het bezit zijn van een door de NPO verstrekte verklaring dat zij 20 kilometer of minder van de grens wonen. Op de vergunning staat ook dat men maximaal 80 duiven bij zich mag hebben.
  • Liefhebbers die verder dan 20 kilometer van de Belgische grens wonen, komen niet in aanmerking voor een vergunning.
  • Liefhebbers moeten een geldig legitimatiebewijs kunnen overleggen bij controle.

Willems wijsheid 16-03Op dit moment wordt de verklaring door de KBDB uitgewerkt die de Nederlandse liefhebbers bij zich moeten hebben. Zodra wij deze verklaring uit België ontvangen hebben, worden de liefhebbers die minder dan 20 kilometer vanaf de grens wonen in de gelegenheid gesteld de genoemde verklaring te bestellen bij Bureau NPO, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal. Of per e-mail op wedvluchten@npoveenendaal.nl. Wij verzoeken u te wachten met het opsturen van aanvragen totdat wij gepubliceerd dat de vergunning in ons bezit is. Verklaringen zijn niet direct af te halen op bureau NPO. De verklaring moet jaarlijks opnieuw verstrekt worden”.

Tot zover de NPO publicatie.

Toen ik het artikel de eerste keer las, dacht ik aan een vroege 1 april grap, immers het artikel zou ook nog wel verschijnen in de duivenbladen in de week voorafgaand aan 1 april. Gaandeweg bekroop mij echter het gevoel dat het wel degelijk serieus bedoeld was.

Mijn eerste reactie was: “dat kan toch niet, we leven in één Europa met een vrij verkeer van diensten en goederen. Iedere inwoner kan zonder werkvergunning binnen Europa aan de slag, kan zich vrij vestigen en reizen. Dan zouden wij vanuit België met onze duiven allerlei beperkingen opgelegd krijgen?”

Vervolgens dacht ik: “stel dat het waar is, is dit dan door de Belgische overheid bepaald? Is dit bij wet geregeld en is dit niet in strijd met Europese wetgeving? Of is dit door de Belgische duivenbond bedacht?”

Als het wetgeving zou zijn dan moet er ook bij wet geregeld zijn wat de sancties zijn bij overtreding. Zoals ik het echter lees is het een overeenkomst tussen de KBDB en de NPO en in dat geval heeft het mijns inziens geen enkele rechtskracht.

Dan het criterium van de 20 km woonachtig van de grens. Wie heeft het recht mij hiernaar te vragen? Valt dat niet onder mijn privacy? Als ik mij deugdelijk kan identificeren met een paspoort of rijbewijs en ik geen strafbaar feit heb gepleegd dan gaat toch niemand iets aan waar ik woon? In mijn paspoort of rijbewijs staat geen adres, enkel de plaats waar het document is afgegeven.

Ook krijg ik een gevoel van rechtsongelijkheid. Een duivenliefhebber uit Friesland kan zijn duiven zelf africhten tot aan de Belgische grens, pakweg 200 km, en een liefhebber uit Valkenswaard kan hooguit 30 km. van huis. Dit valt daardoor wellicht weer onder de fundamentele rechten van de mens.

Vervolgens het aantal duiven, 80, waar is dat op gebaseerd? Naar mijn mening mag ik gewoon reizen met manden vol duiven, net zoals mijn hond, mits die bewijsbaar over de goede inentingen beschikt in mijn auto mag meereizen. Wel kan ik me indenken dat het bij plaatselijke verordening verboden is duiven te lossen, b.v. vlakbij een militair of burgervliegveld, maar dat is iets heel anders. Daar is de veiligheid van de inzittenden van vliegtuigen mogelijk in gevaar.

En dan het criterium van 20 km over de grens. Als ik de grens bij Eijsden of Retranchement oversteek kan ik of in Luik of in Knokke lossen, want dan blijf ik binnen de 20 km van de Nederlands/Belgische grens.

Het waarom van deze maatregel ontgaat mij? Krijgen de Nederlandse liefhebbers nu de schuld van het verlies van duiven in België? De NPO zou er beter aan doen eerst eens goed over de te nemen maatregel na te denken, want zonder dat ze het misschien beseffen zitten ze straks wellicht opgescheept met meerdere rechtszaken. Het eerste dat ze (NPO en KBDB) zich moeten afvragen is of ze wel bevoegd zijn een dergelijke maatregel te nemen.

Groeten, Willem
willem.pero@chello.nl 

—————————————————–

Over Willems……. wijsheid

Willems…… wijsheid is een onregelmatig verschijnende column geschreven door Willem Pero. Willem Pero  is naast liefhebbende echtgenoot, vader, trotse opa, ex -bankdirecteur, ex voorzitter van DV Valkenswaard vooral een gepassioneerde duivenliefhebber. Met zijn jarenlange ervaring in de duivensport als liefhebber maar ook als bestuurder en kiesman heeft hij een eigentijdse kijk op de duivensport. Vaak schrijft hij over de gewone dagelijkse  dingen. Soms met veel humor soms kritisch maar altijd met de intentie om onze geliefde duivensport een stapje verder te helpen.

—————————————————-